Опубликовано

Art & Creativity — Inzichten & Bronnen voor de Nederlanden

Als fotograaf en textielkunstenaar die al jaren werkt met zowel analoge als digitale technieken, merk ik dat de vereniging van fotografie en textiel nieuwe mogelijkheden biedt om verhalen te vertellen https://rosprojects.nl/. In dit artikel deel ik specifieke inzichten, werkmethodes en bronnen die je direct kunt toepassen, of je nu net begint of al een persoonlijke praktijk hebt.

Opslag en opslag van hybride werken

Hybride werken van foto en textiel vereisen een verschillende bewaarwijze dan conventionele foto’s. Ik bewaar ze liggend in zuurvrije dozen met intermediaire vellen Tyvek. Tyvek is ademend en voorkomt dat vocht zich ophoopt, terwijl het tegelijk stof en licht weert.

Temperatuur en luchtvochtigheid moeten stabiel te blijven. Een schommeling van meer dan 5 graden Celsius per dag kan de lijm tussen foto en textiel aantasten. Ik registreer daarom de condities in de opslagruimte met een digitale hygrometer en noteer de waarden elke week. Bij afwijkingen pas ik de ventilatie aan of breng ik de dozen naar een andere ruimte.

Voor transport maak ik gebruik van een platte kist met schuimrubber aan de binnenkant. Het schuimrubber is uitgezaagd in de vorm van het werk, zodat het niet kan schuiven. Op de buitenkant plak ik een label met de afmetingen en het gewicht, zodat de vervoerder begrijpt dat het werk kwetsbaar is en liggend moet worden vervoerd.

Kiezen tussen digitale en analoge technieken

Digitale fotografie levert snelheid en herhaalbaarheid, maar raakt kwijt soms de tactiele kwaliteit die analoge opnames bezitten. Ik werk daarom met een middenformaat camera voor de digitale reeks en een 4×5 inch camera voor de analoge reeks. De twee series worden later naast elkaar gelegd om te bepalen welke sfeer het beste past bij het textielproject.

Analoge film heeft een korrel die blijft zichtbaar na het printen op textiel. Die korrel kan een extra laag geven aan het verhaal. Bij een serie over industriële gebouwen combineerde ik bijvoorbeeld korrelige zwart-wit foto’s met grof geweven jute. De korrel intensiveerde het gevoel van ouderdom en slijtage dat het gebouw al uitte.

Digitale technieken zijn echter essentieel als ik meerdere lagen wil combineren. Met Photoshop kan ik een foto eerst omzetten in een rasterpatroon dat doet denken aan een weefselstructuur. Dat raster print ik vervolgens op een dunne zijde die ik weer op een dikkere drager naai. Zo ontstaat een dubbele laag die zowel digitaal als handmatig tot stand is gekomen.

Preparatie van het textieloppervlak

Alvorens een foto op textiel belandt, dient het oppervlak te worden voorbehandeld. Ik reinigt het doek eerst op 60 graden om alle appret te weg te nemen. Vervolgens breng ik een dunne laag polyurethaan aan die de inkt beter vasthoudt. Deze laag is transparant en beïnvloedt de kleur van het weefsel nauwelijks, maar zorgt ervoor dat de inkt niet door de draden heen lekt.

Het drogen geschiedt op een rekbare frame zodat het doek strak wordt gehouden. Als het frame te klein weegt, verschijnen er golven die later bij het printen voor onscherpte zorgen. Ik meet daarom altijd de exacte afmetingen van het frame en schrijf die bij het bestand, zodat ik later precies weet hoe het doek zich heeft ontwikkeld.

Een tweede voorbehandeling is het aanbrengen van een lichte primer op basis van acryl. Deze primer maakt het oppervlak iets gladder zonder de textuur helemaal weg te halen. Bij fijne foto’s met veel detail, zoals macro-opnames van planten, zie ik dat de primer het contrast versterkt en de kleuren voller doet uitkomen.

Lichtinval en contrast bij het printen

De belichting tijdens het drukken bepaalt hoe scherp de details op het textiel zichtbaar worden. Ik functioneer met een UV-lamp die ik op een stabiele afstand van 40 centimeter boven het doek plaats. Te dichtbij veroorzaakt overbelichting en vlekken; te ver weg geeft een te geleidelijke overgang tussen lichte en donkere partijen.

Contrast is een tweede variabele. Een foto met hoge contrastwaarden kan op textiel te fel ogen, omdat de vezels het licht diffuus maken. Ik verminder daarom het contrast met ongeveer 15 procent in de digitale bewerking voordat ik afdruk. Dat levert een vloeiendere overgang en belet dat schaduwen volledig zwart raken.

Ik probeer altijd een strookje van 10 bij 30 centimeter met verschillende contrastwaarden. Op die strook registreer ik de exacte instellingen van de printer en de belichtingstijd. Zo ontwikkel ik een referentietabel op die ik kan bekijken bij nieuwe projecten zonder telkens opnieuw te hoeven testen.

Het samenspel van licht en draadstructuur

Een afbeelding die op textiel wordt afgedrukt, krijgt een andere visuele laag aangezien het licht door de draden reflecteert en diffundeert. Het eindresultaat is in geen geval exact identiek als op papier. Ik selecteer daarom altijd voor een proefafdruk op het finale doek alvorens ik een omvangrijk werk maak. Zo zie ik hoe de structuur van linnen, katoen of zijde het contrast en de kleur verzachtend beïnvloedt of daarentegen intensiveert.

Het licht welke op een weefseloppervlak neerstrijkt, verandert per uur en per omgeving. In mijn atelier beproef ik daarom prints op diverse momenten van de dag. Een foto die ’s ochtends neutraal overkomt, kan bij de middag warmer worden door de zuidelijke lichtval. Door dit te documenteren, ontwikkel ik een klein lichtlogboek aan dat ik later kan raadplegen bij andere projecten.

Om de vezelstructuur zichtbaar te bewaren, pas ik toe een matte afwerking inktlaag liever dan een glanzende afwerking coating. De matte laag belet dat het licht te veel reflecteert en laat de structuur van het weefsel ongeschonden. Dit is in het bijzonder cruciaal bij portretten waarbij huidtextuur en kledingkenmerken een belangrijke rol vervullen.

Het naaien als compositie-technisch middel

Het naaien is geen afwerking maar een wezenlijk bestanddeel van de compositie. Door draden verschillende dikte te gebruiken, kan ik lijnen toevoegen die de foto nog meer verdelen of precies samenbinden. Bij een serie over migratiepatronen borduurde ik bijvoorbeeld fijne rode draden over de foto’s heen, die de routes van vogels natrekken die ik eerder had gefotografeerd.

De stikrichting is essentieel. Een horizontale steek volgt de richting van de weefseldraden en blijft nagenoeg onzichtbaar. Een verticale of diagonale steek breekt het patroon en trekt de aandacht. Ik gebruik daarom een mix van beide: de horizontale steek voor fijne aanpassingen en de diagonale steek voor markeringen die het verhaal versterken.

De kleur van de draad bepaalt of de naad opgaat in de foto of net contrasteert. Bij een donkere foto kies ik een donkere draad zodat de steek enkel zichtbaar is als het licht onder een hoek valt. Bij een lichte foto hanteer ik een contrasterende kleur om een bijkomende laag toe te voegen die de toeschouwer stimuleert om naderbij te komen.

Verslaglegging van het creatieve maakproces

Het documenteren van het proces maakt het mogelijk om later te reflecteren op overwegingen die tijdens het maken werden genomen. Ik leg vast elke tussentijdse stap met een onveranderlijke camera-standaard en dezelfde lichtval. Zo ontstaat een collectie die laat zien hoe een idee zich vormt van schets tot eindresultaat.

De documentatie omvat ook niet-geslaagde testen. Een print die te donker is of een naad die scheef valt, wordt tevens vastgelegd. Door deze tegenslagen te bewaren, ontdek ik patronen in wat niet werkt en kan ik die in een toekomstig project omzeilen. Het archief van mislukkingen is om die reden even nuttig als het archief van geslaagde creaties.

De documentatie wordt uiteindelijk op zich een kunstwerk. Ik selecteer een reeks procesfoto’s en druk die op dun vel dat ik daarna op het definitieve textielwerk plak. Zo wordt gecreëerd een tweevoudige structuur waarin zowel het finale stuk als de weg ernaartoe te zien blijft. Dit verschaft de kijker een blik in de complexiteit van het maakproces.